Dierenleed.

Min of meer onvrijwillig naar “Onze boerderij” gekeken, zondagavond 10 juni, NPO1, de laatste aflevering hoorde ik later.
Ik ben geen veganist, dat lijkt mij ook niet gezond. We zijn nou eenmaal omnivoren en omnivoren gedijen het best bij variatie.
Maar we zijn zo verschrikkelijk doorgeslagen!

Als je toch zag hoe ‘n zeug, in ’n overigens brandschone omgeving, bijna klem tussen ijzeren stangen, haar jongen lag te voeden; het was werkelijk niet om aan te zien.
Biggetjes dus, die vijf tot zeven weken nadien al worden geslacht en door ons opgegeten…..
Geeft niks, de zeug wordt vervolgens kunstmatig geïnsemineerd en werpt na verloop van tijd weer 10 tot 15 biggetjes, tussen de stangen in ’n cleane ruimte, en ’n stoïcijnse boer die er van overtuigd is dat hij het goed doet. Het beste met ze voor heeft…..

’n Geitenfokbedrijf, werkelijk ontélbare geiten, ’n bevalling, kleine geitje wordt onmiddellijk bij de moeder weggehaald. En de manier waarop…..

Het bijna routinematig met keizersneden afkalven bij koeien. Vleesveehouders passen maatregelen die leiden tot natuurlijk afkalven bij vleesvee onder andere niet toe omdat de sector die extra kosten moet opbrengen en niet kan doorberekenen aan de consument.

Op Texel stierf ’n schaap vlak nadat ze haar lammetje had geworpen; hoe de mensen daaromheen daarop reageerden; zombies!! Het lam leek gezond en “we moeten door”.

’n Veehouder die ’n deel van zijn drachtige koeien moest laten afvoeren naar het abattoir; milieumaatregel. (Zou genoegen nemen met de helft minder koeien helpen?)

Boer Jan, zonder opvolger, maar had daar totaal geen moeite mee. Jan: “Ik heb geen binding met dieren.” Interviewster: “Geen binding met dieren?” Jan: “Nee nee nee, het is voor mij ’n manier van broodwinning.” Interviewster: “Het is gewoon business bedoel je?”

Het is weerzinwekkend bedoel je!
En dan is dit maar ’n hele kleine greep uit al die misstanden die plaatsvinden om dat karbonaadje op ons bord te doen belanden. Wat te denken van al die gruwelijke transporten, veel te volle stallen met weinig tot geen kans om rampen zoals brand te voorkomen?
En wat voelen we ons verheven boven dieren die, na te zijn bereid, onze smaakpapillen bevredigen. Wat zullen we ons druk maken!? Het zijn maar dieren…..

Nogmaals, ik ben, en word, geen veganist, maar kan het wat minder allemaal?
Wie zijn wij dan wel dat we menen te weten dat ’n mens nou eenmaal hoger aangeschreven staat dan ’n dier?
Dieren hun rechtmatige vrijheid teruggeven en eventueel opeten nadat ze ’n mooi leven hebben geleid; behoort dat ook tot de mogelijkheden?

Ik hoop dat de wal het schip keert, m.a.w., dat we ómkomen in de mest met alle desastreuze gevolgen van dien, dat we, hoe dan ook, tot maatregelen nemen worden gedwóngen om dit leed voor al die dieren te verzachten,
Het is zó schaamtevol……………

Als abattoirs glazen muren hadden.....

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Hemelvaartdag

We schrijven donderdag 10 mei 2018: Hemelvaartsdag. Dágenlang tropische temperaturen, tot en met de dag pal voor hemelvaartsdag, gister, woensdag 9 mei; tussen de 25 en 27°….. Vandaag dus ‘n extra vrije (hemelvaart)dag, en wat blijkt; HET REGENT!!
’n Weldaad voor mijn planten en mijzelf, niet voor de mensen die moesten werken toen het bizar warm was voor de tijd van het jaar. En toen de vrije dag, met zelfs ’n extra lang weekend voor sommigen in het vooruitzicht, letterlijk en figuurlijk in het water viel, moet ’n flink aantal mensen vol ongeloof naar de hemel hebben gekeken. Ach nou ja, of je nou vol ongeloof naar de hemel kijkt of vol ongeloof probeert te begrijpen waar we deze vrije dag aan te denken hebben. Veertig dagen na te zijn gekruisigd, ééuwen geleden, stond ’n man op uit zijn graf en begaf zich ‘ten hemel’;  (…..)

Van ‘de man in de straat’ (bleek na interviews) wist maar ’n opmerkelijk klein percentage wat hemelvaartsdag inhield al werd de extra vrije dag zeer op prijs gesteld. Dat heb ik ook al niet meer, die euforie van ’n extra vrije dag, en de euforie van ’n geslaagde hemelvaart is mij nimmer ten deel gevallen. Maar ik sla mij er wel doorheen.

Gelukkig regent het…..

 

Familiekroniek.

blunder-oops

Het leek mijn dochters leuk als ik ‘n soort familiekroniek zou schrijven. “Nu kan het nog!”, werd er voorzichtig edoch nadrukkelijk bij vermeld. Het hoefde chronologisch niet te kloppen en vergeten data zouden mij ook niet kwalijk worden genomen.

Leuk!

Ik begon voorzichtig, wist niet goed hoe dat aan te pakken, maar gaandeweg liep ik ’n soort leeg en verbaasde het mij wat ik allemaal nog wist. Het moest gaan over mijn jeugd, over de jeugd van mijn ouders en schoonouders, en zo mogelijk leuke anekdotes m.b.t. grootouders. Het liefst tot dáár waar ze het zelf wel in konden vullen. Ik vertelde dat het 22 pagina’s (relatief kleine lettertjes) waren geworden en de reacties daarop waren verrassend.

Ik printte het, perforator opgezocht, door de gaatjes ’n ijzerdraadje en zo kon ik het, dacht ik, ieder moment van de dag pakken om even over te lezen zonder mijn laptop lastig te vallen. Toen het aldus naast me op de bank lag en ik het kritisch bekeek, dacht ik, er moet ’n leuke 1e pagina komen, ‘n vóórpagina. Al is het maar het woord ‘FAMILIEKRONIEK’ in grote sierlijke letters. De mogelijkheden zijn wat dat betreft legio. Maar ook ’n leuke láátste pagina! Dat lukte, ik was tevreden, wilde het opslaan en wat ik toen gedaan heb…..

Er werd gevraag of ik het document wilde vervangen. Dat wilde ik wel, er moesten immers 2 nieuwe pagina’s, ’n voor- en ’n achterpagina, aan worden toegevoegd!? Ook dat lukte weer, ware het niet dat die 2 nieuwe pagina’s, het bestaande document in z’n geheel hadden VERVANGEN. Alles weg, alle 22 pagina’s, vervangen door 2 zo goed als lege pagina’s.

De geprinte versie werd ’n kostbaar kleinood. Dat was het enige dat ik nog had. Ik bel onmiddellijk mijn broer, mijn steun en toeverlaat bij schier onoplosbare PC problemen en hij zegt, troostend, niks aan de hand. Stop ‘n USB-stickje in je printer, het hele document één voor één op de glasplaat, laad alles op dat stickje en kom dat brengen, maak ik er weer tekst van die je op kunt slaan. Zoiets. Voor ik hem belde had ik al gekoekoeld of terughalen van verwijderde word-documenten mogelijk was. Dat was het wel, maar dan moest je speciale software downloaden en daar snapte ik, uiteraard, geen balletje van. Dat vertelde ik mijn broer maar volgens hem was dat alleen mogelijk als je documenten had verwijderd, niet als je ze had vervangen.

So far so good.

Gelukkig had ik ’n geprinte versie!!!, alleen ja, daar had ik, met rode stift, in zitten veranderen. Alinea’s omcirkeld, en verwezen naar andere pagina’s (voor de toch broodnodige chronologie) enz. en volgens mijn broer wierp dát zijn hele plan omver. Hij wilde het ’n soort ‘fotograferen’ begreep ik en dan zou het weer geprint kunnen worden, maar ja, helaas, als ik er met ‘n rode stift in had zitten knoeien werd het de meer dan bekende ‘mission impossible’.

Geeft niks. Ik ben al begonnen, 3 pagina’s per dag heb ik mij voorgenomen. ’n Wéék, en al het leed is geleden. ’n Week + 1 pagina om precies te zijn. Heb al 6 pagina’s overgetypt dus nog 5 dagen en 1 pagina te gaan en ik kan het OPSLAAN! Perforeren, lintje er door, én….., ik ben weer ’n díjk van ’n ervaring rijker.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Kunst.’

Kunst

Destijds bevond zich onder mijn vrienden ’n kunstenaar. Woonachtig in ’n kraakpand (verlaten ruimte v.e. onderzoeksinstituut) in ’n overschat en elitair ‘kunstenaars’-dorp.

Eens per jaar was er in dat dorp ’n zg. ‘kunst’-route en uiteraard was de ruimte waar mijn vriend verbleef onderdeel van deze route.

Het heeft hem uitsluitend windeieren gelegd maar dit terzijde.

Alle ‘kunstenaars’ in het dorp kregen (middels die route, 2 dgn) de kans hun scheppingen aan het volk te tonen en uiteraard hebben wij menig ‘atelier’ aangedaan. Al was het maar om na afloop, bij genoemde vriend, onder het genot van ’n hap en ’n snap luidruchtig te evalueren. Daar bewaar ik mooie herinneringen aan, met kampvuren en gitaren………..

Hoe verder de avond vorderde, hoe joliger ons commentaar op al het ten-toon-gestelde, en de conclusie dat veel rijke dames hun frustraties zaten weg te kleien en te verven won als meer terrein. We bereikten zelf het punt dat we het sneu begonnen te vinden; je zult daar maar zitten, in je peperdure villa, niets voor te stellen, en je man maar bakken met geld inbrengen. Je wilt je laten gelden. Je grijpt naar penseel of spatel, en je ziet wel wat er van komt.
Dat hebben we idd gezien, meermalen zelfs.

Mijn ‘kijk-op-kunst’ stelt uiteraard niets voor, ik ben wat je noemt ’n kunst-barbaar, maar als ik kijk naar de ‘kunst’ van ’n paar overigens zeer dierbare kennisjes bekruipt mij toch het gevoel van; ik hoop dat het je héél veel voldoening schenkt, maar ik wil het niet boven m’n bank. En dat geldt niet alleen voor mij; er staan bij genoemde kennisjes, meestal rechtop tegen de muur, rijen dik, al dan niet afgemaakte ‘kunstwerken’, te wachten op….. ja, te wachten op wat…..

Denk niet dat ik het veroordeel, ’t idee! Het gaat volgens zeggen om het gevoel en de voldoening, maar ik probeer de rollen dan om te draaien en ik weet niet of ik mij hierbij zo ‘voldaan’ zou voelen. Of ik er geluk en trots uit zou halen, uit al die meestal rechtopstaande ‘kunstwerken’ achter de bank. Of op de logeerkamer….. zolder…..

DE GOEDE NIET TE NA GESPROKEN!!! Wat te denken van o.a. Henriëtte Hartman (FB), ga maar even kijken, en bij haar staan ze niet achter de bank, wat heet!

Eigenlijk wil ik de mensen die ‘scheppen’ en de windeieren om de oren vliegen ’n hart onder de riem steken. VOORAL DOORGAAN, maar niet verdrietig worden bij de gedachte dat straks je partner of je kinderen het met opgetrokken wenkbrauwen in de kliko doen belanden.

 

 

Er was eens…..

er was eens.2

Als kind was ik dol op sprookjes; welk kind niet.

’n Grootmoeder die wordt weggeknabbeld door ’n wolf maar even later door toedoen van ’n mooie jager heelhuids uit de buik van de wolf tevoorschijn komt –

’n Onbevlekte ontvangenis en ’n maagd die ’n kind baart (dat heeft mijn ouders overigens ongemakkelijke vragen opgeleverd maar dit terzijde) –

Twee peuters die proberen ’n huis op te eten en vervolgens de bejaarde bewoner in het vuur duwen –

’n Volwassen man die het wateroppervlak gebruikt om zich te verplaatsen –

’n Gemene heks die ’n mooie jonge prins omtovert in ’n kikker –

’n Overleden man die opstaat uit de dood en zo’n tweeduizend jaar na dato nog van alles en nog wat voorschrijft  – ……….

Zeg nou zelf.

Het kon mij niet dol en ongeloofwaardig genoeg. Wat is er mooier dan je op kinderlijke manier verbazen, en soms griezelen. Het was ook meestal niet echt erg; hoe vaak eindigde het niet met “En ze leefden nog lang en gelukkig.” Nou dan!

Totdat je de jaren des onderscheids bereikt zoals dat zo mooi heet. Dat je gaat denken van, ho, maar wacht even, dat kan natuurlijk niet. Wát ’n onzin! Uitsluitend denken leidt tot verbijstering zei mijn vader vaak en wat had hij gelijk.

Het is ook wel weer doodzonde. Ik kan het ook missen. Je kon je zo helemaal overgeven aan al die sprookjes, wegdromen naar volstrekt ondenkbare oorden, irreële gebeurtenissen voor waar aannemen, geluk en voorspoed ervaren zonder het aan den lijve te ondervinden; was toch heerlijk.

En als ik nu iets hoor dat mij volstrekt ongeloofwaardig voorkomt, te dol is voor woorden, probeer ik te denken, ach, misschien leven ze wel lang en gelukkig.

 

Papieren zakdoekjes.

zakdoekjes

Ik haalde mijn neus op.

De substantie, waarvan ik hoopte dat deze niet op m’n bovenlip terecht zou komen, schoof gewillig achter mijn keel in en nadat ik het had doorgeslikt keek ik opgewekt naar de man die tegenover mij stond. Hij keek mij, dacht ik, meelijwekkend aan. Zou hij denken dat ik ’n ongemanierde domme gans was of zou hij denken, ach gossie wat sneu, uitgerekend nu, op dit moment?

Ik probeerde mijn opgewekte blik te continueren en zei: “Heeft u enig idee…………………” Op het zelfde moment zag ik ’n maagdelijk wit papieren zakdoekje op neushoogte voorbij fladderen. Intuïtief greep ik deze kans met beide handen aan en begon omstandig mijn neus te snuiten. Zonder succes. Ik had het immers al opgehaald en doorgeslikt? Godzijdank drong het net op tijd tot me door dat hij het niet terug hoefde en propte het zo goed als schone zakdoekje snel in m’n zak.

Hij had blauwe ogen. Beetje flets maar ze kwamen mij op de één of andere manier bekend voor. Dat lieve, zonder spot, uitsluitend en alleen belangstelling. Enigszins uit m’n doen hierdoor vergat ik mijn vraag af te maken maar gelukkig nam hij het initiatief: “Misschien wel.”

“Huu……. o ja. Heeft u enig idee waar de plezierboten afvaren? De naam van de parkeerplaats heb ik gevonden dankzij Google Maps, maar nu!” De man keek naar mij en ik wist het zeker; hij was lief!

“Weet je de naam van de rederij?” Gelukkig, hij tutoyeerde. “Já!” riep ik enthousiast, en zocht in m’n zak naar de uitnodiging voor ’n rondvaart op ’n luxe jacht inclusief buffet; geweldig, daar had ik mij wéken op verheugd!  Met de uitnodiging kwam ook het papieren zakdoekje mee en met die weer lieve lach gaf hij het mij terug, met in die ongelofelijk lieve ogen ’n blik die ik niet direct kon en wilde benoemen. Wat ik wel wilde was door de grond zakken.

Hoe komt het toch dat ik zo snel visueel en motorisch gehandicapt raak? Zodra mijn gedachten maar éven worden afgeleid door ‘iets leuks’, iets dat beklijft, ben ik mezelf niet meer, dat wil zeggen, niet voor de wenselijke honderd procent.”Ik dacht”, begon ik wat onnozel, “u woont hier vast en u weet vast ook waar ik moet zijn.” Ik bleef u zeggen. Sukkel. Ik dus. “Ik woon hier niet”, antwoordde hij, “maar weet wat je bedoelt. Het is wat moeilijk te vinden (…..) als je van de parkeerplaats komt (…..) en er zijn meerdere rederijen met deze plezierjachten dus de naam is wel belangrijk.”

Waarom dacht ik nou dat hij woonde daar waar ik de weg kwijt was. Letterlijk en figuurlijk bleek later. Waarom schoot ik hem überhaupt aan! Kon ik niet meer nadenken, verbanden leggen, beetje zoeken misschien?

We raakten aan de praat en ik vertelde hem enthousiast dat ik ’n uitnodiging had gekregen ’n verjaardag mee te vieren op ’n prachtige grote boot, lopend buffet en drankjes inbegrepen, en ja, dé gelegenheid weer ’n aantal oude bekenden te ontmoeten.

Hij hoefde niet eens te zeggen dat hij mee wilde, ik zag het. Maar dat was uitgesloten. Ik wist dat er ’n aantal mensen waren afgevallen door het maximum aantal dat was toegestaan. Ik wist dat ik ongemak en gêne uit zou stralen als ik zou doen alsof het voor de hand lag dat ik niet alleen, maar samen met deze man kwam. Ik wist ook dat ik door de mand zou vallen als ze zouden vragen hoe hij heette, waar hij woonde en waar ik hem had ontmoet. Dat moest ik mezelf, maar zeker hem, niet aandoen.

Zijn teleurstelling was bijna ondragelijk. Waarom nam ik hem niet gewoon mee! Deed ik niet gewoon of ik gek was. Waarom ging ik eigenlijk nog mee! Zo’n stom bootreisje, heen-en-dezelfde-route-weer-terug, met ’n buffet waarvan álles uit blik kwam en drankjes waarvan de oorsprong volstrekt onduidelijk was! Géén idee. Net zo min als ik ’n idee had waar die rederijen zich bevonden. Ik had het beter kunnen wéten, of gewoon moeten zoeken! Was mij dit bespaard gebleven.

Ik heb niet achterom gekeken toen ik aan boord ging, noch toen we wegvoeren.

Het duurde lang. Langer dan mij lief was en van het uitzicht ben ik vergeten te genieten. Er werd eindeloos en oeverloos gedebatteerd, gegeten en gedronken, maar mijn dank richting de gastvrouw was oprecht. Het was weer eens wat anders, iets geheel anders. Weer in de haven vond ik de loopplank aanmerkelijk wiebeliger dan toen ik aan boord ging maar gelukkig werd ik halverwege al ondersteund.  Hij kwam snel op mij aflopen, sloeg zijn arm om mijn middel en wat was ik hem dankbaar! Mijn tred was namelijk ook aanmérkelijk wiebeliger dan toen ik aan boord ging.

Hij had wat pinksterbloemen geplukt en ’n aantal verpakkingen papieren zakdoekjes in ’n cadeaupapiertje laten doen, inclusief strikje. Zijn ogen waren helder blauw, twinkelden, en verraadden pret, liefde en belangstelling.

Die van mij ook. Ik weet het zeker. Hoop ik………………

 

Eindejaarsgedachten.

Nog vier (4) nachtjes slapen en HET IS KERST!!!!

Ik kan daar blij van worden maar ook ’n tikkeltje mies. Hier heb ik verdorie zo goed als het hele jaar naar uitgekeken en nu het bijna zover is bekruipt mij toch iets ondefinieerbaars.

Ik heb wéér nauwelijks kerstversiering gekocht (en aangebracht), ik ben wéér vrijgesteld van ieder kerst-kook-klusje (v.w.b. het gezamenlijke kerstdiner) en last but not least; toen mijn krantenbezorger mij mooie feestdagen en ’n voorspoedig Nieuwjaar kwam wensen had ik geen duppie in huis, en ik ben ‘m echt heel dankbaar.

Bij ‘Binnenstebuiten’ (TV-progr.) komen allemaal schitterend versierde interieurs voorbij en hele blije mensen; er worden door Ramon en Sharon (chef-koks) de prachtigste dingen tevoorschijn getoverd en ik zit er bij en kijk er naar.
Hoe zou het volgend jaar met ons zijn?

Valt er dan nog wat te rennen? Of te fietsen? Naar het dorp en weer terug? Misschien schuifel ik wel naar ’t centrum, al dan niet met rollator, en heb ik inmiddels m’n fiets naar de kringloop gebracht. Nou?
Ik chargeer natuurlijk weer als ’n dronken kerstengel maar toch komen dit soort gedachten voorbij. Zou dat liggen aan de tijd van het jaar (het wordt hier-en-daar zelfs van je verwacht) en zijn die gedachten er niet als je tot ’s avonds elf uur buiten kunt zitten? Geen idee. Maar dat ik vind dat alles ’n beetje tussen m’n vingers doorloopt heb ik wel.

Ach, zal de leeftijd wel zijn. ’n Heerlijke ‘berg’ waar je heel veel op kunt gooien. Verder ben ik heel vrolijk hoor! Dat geloof je misschien niet, maar is echt waar!

Mijn zoon heeft gister ’n nieuwe tractor gekocht (degene die hij had was niet ‘sterk’ genoeg) en is materiaal aan het verzamelen voor ’n Pipo-wagen. Pipo de clown, Mamaloe en hun dochter (i.p.v. Petra), dat moet het ongeveer worden. Geweldig! Je kunt aan de Lek seizoensplekjes huren en daar willen ze die ‘woonwagen’ dan neerzetten en er zo vaak mogelijk naar toe. Varen en zwemmen. De tractor is al Nononono gedoopt alleen hoopt mijn zoon dat ‘ie dat niet al te serieus neemt en gewoon start als mijn zoon dat wil. En als zij er niet zijn mag ik er ongelimiteerd gebruik van maken, van die woonwagen, dus wie weet.

Heb ik al verteld dat het helemaal goed is gekomen met mijn krantenbezorger!? Ik vroeg dus of hij nog in de buurt kwam maar hij wist niet precies wanneer en ja, ik wist ook niet precies wanneer ik er zou zijn. Zo grappig; we hebben ter plekke bedacht het ergens te verstoppen zodat ik er niet voor thuis hoefde blijven en hij niet voor ’n dichte deur kwam. En het heeft gewerkt! Ik heb inmiddels gezien dat het weg is en ik vond dat zo mogelijk nóg leuker. Ik ben naar de flappentap gegaan, heb ’n kaartje (met al die mooie eindejaarswensen) dat ik had gekregen ’n beetje ‘bij’geknipt, geld er in gedaan en het ‘verstopt’.

Wat kun je blij worden van iets volstrekt onnozels!!

En vanmorgen werd er gebeld, twee prachtige meisjes met de plaatselijke krant én ’n kaartje met ’n leuk wensje uiteraard. Toen ik zei dat ik ’n Nee-Nee sticker op de brievenbus had schrokken ze zichtbaar en dat vond ik zó schattig dat ik ze (uiteraard) toch wat gegeven heb. Die koppies………….

Meneer AH (we wonen er boven) liet twee verkoopstertjes, net als verleden jaar, met ’n plastic (!!!) AH-zak de bewoners bij langsgaan en dit jaar kregen we ’n kerstroos en ’n doosje melkchocolaatjes.
(Ik dacht dat de crisis voorij was…..)
Ik vind kerstrozen vreselijk (hij staat ook in de gemeenschappelijke hal) en ik houd ook niet van melkchocola maar daar kan meneer AH natuurlijk niks aan doen.

Máár…..  Reden genoeg om vrolijk te zijn! En het voorlopig te blijven. Mijn beginnetje was meer vervelend dan waar, maar toch, heel af en toe komt het voorbij.

Heb jij dat ook? Van die eindejaarsgedachten? Ik hoop het wel. Ik wil toch wel zoveel mogelijk doen wat anderen (van om-en-nabij mijn leeftijd) ook doen. We gaan het niet hebben over al het naars dat er gebeurt in de wereld want eerst al kunnen we er niets aan veranderen, helemaal niets, maar ik weiger ook mezelf uit m’n slaap te houden! (Sprak zij ferm.) En dat moet jij ook doen! De langste tijd hebben we gehad en dat laatste stuk gaan we vrolijk doorbrengen.

Hele gezellige, warme dagen gewenst!

Voor jou en alles dat je lief is.

En voor volgend jaar….

ÁLLE GELUK!

Op elk gebied.

J♥N.