‘Kunst.’

Kunst

Destijds bevond zich onder mijn vrienden ’n kunstenaar. Woonachtig in ’n kraakpand (verlaten ruimte v.e. onderzoeksinstituut) in ’n overschat en elitair ‘kunstenaars’-dorp.

Eens per jaar was er in dat dorp ’n zg. ‘kunst’-route en uiteraard was de ruimte waar mijn vriend verbleef onderdeel van deze route.

Het heeft hem uitsluitend windeieren gelegd maar dit terzijde.

Alle ‘kunstenaars’ in het dorp kregen (middels die route, 2 dgn) de kans hun scheppingen aan het volk te tonen en uiteraard hebben wij menig ‘atelier’ aangedaan. Al was het maar om na afloop, bij genoemde vriend, onder het genot van ’n hap en ’n snap luidruchtig te evalueren. Daar bewaar ik mooie herinneringen aan, met kampvuren en gitaren………..

Hoe verder de avond vorderde, hoe joliger ons commentaar op al het ten-toon-gestelde, en de conclusie dat veel rijke dames hun frustraties zaten weg te kleien en te verven won als meer terrein. We bereikten zelf het punt dat we het sneu begonnen te vinden; je zult daar maar zitten, in je peperdure villa, niets voor te stellen, en je man maar bakken met geld inbrengen. Je wilt je laten gelden. Je grijpt naar penseel of spatel, en je ziet wel wat er van komt.
Dat hebben we idd gezien, meermalen zelfs.

Mijn ‘kijk-op-kunst’ stelt uiteraard niets voor, ik ben wat je noemt ’n kunst-barbaar, maar als ik kijk naar de ‘kunst’ van ’n paar overigens zeer dierbare kennisjes bekruipt mij toch het gevoel van; ik hoop dat het je héél veel voldoening schenkt, maar ik wil het niet boven m’n bank. En dat geldt niet alleen voor mij; er staan bij genoemde kennisjes, meestal rechtop tegen de muur, rijen dik, al dan niet afgemaakte ‘kunstwerken’, te wachten op….. ja, te wachten op wat…..

Denk niet dat ik het veroordeel, ’t idee! Het gaat volgens zeggen om het gevoel en de voldoening, maar ik probeer de rollen dan om te draaien en ik weet niet of ik mij hierbij zo ‘voldaan’ zou voelen. Of ik er geluk en trots uit zou halen, uit al die meestal rechtopstaande ‘kunstwerken’ achter de bank. Of op de logeerkamer….. zolder…..

DE GOEDE NIET TE NA GESPROKEN!!! Wat te denken van o.a. Henriëtte Hartman (FB), ga maar even kijken, en bij haar staan ze niet achter de bank, wat heet!

Eigenlijk wil ik de mensen die ‘scheppen’ en de windeieren om de oren vliegen ’n hart onder de riem steken. VOORAL DOORGAAN, maar niet verdrietig worden bij de gedachte dat straks je partner of je kinderen het met opgetrokken wenkbrauwen in de kliko doen belanden.

 

 

Advertenties

Er was eens…..

er was eens.2

Als kind was ik dol op sprookjes; welk kind niet.

’n Grootmoeder die wordt weggeknabbeld door ’n wolf maar even later door toedoen van ’n mooie jager heelhuids uit de buik van de wolf tevoorschijn komt –

’n Bloedmooi meisje dat na jaren slapen net zo mooi ontwaakt als toen ze insliep –

’n Onbevlekte ontvangenis en ’n maagd die ’n kind baart (dat heeft mijn ouders overigens ongemakkelijke vragen opgeleverd maar dit terzijde) –

Twee peuters die proberen ’n huis op te eten en vervolgens de bejaarde bewoner in het vuur duwen –

’n Piepklein manneke die het presteert om in laarzen zó groot dat hij er in zou kunnen wonen zich verbazingwekkend snel voortbeweegt –

’n Volwassen man die het wateroppervlak gebruikt om zich te verplaatsen –

’n Gemene heks die ’n mooie jonge prins omtovert in ’n kikker –

’n Chinese keizer die ’n echte nachtegaal minder mooi vond dan de nachtegaal in het muziekdoosje dat hij kreeg en hij net zo vaak kon opwinden als hij wilde –

’n Overleden man die opstaat uit de dood en zo’n tweeduizend jaar na dato nog van alles en nog wat voorschrijft  – ……….

Zeg nou zelf.

Het kon mij niet dol en ongeloofwaardig genoeg. Wat is er mooier dan je op kinderlijke manier verbazen, en soms griezelen. Het was ook meestal niet echt erg; hoe vaak eindigde het niet met “En ze leefden nog lang en gelukkig.” Nou dan!

Totdat je de jaren des onderscheids bereikt zoals dat zo mooi heet. Dat je gaat denken van, ho, maar wacht even, dat kan natuurlijk niet. Wát ’n onzin! Uitsluitend denken leidt tot verbijstering zei mijn vader vaak en wat had hij gelijk.

Het is ook wel weer doodzonde. Ik kan het ook missen. Je kon je zo helemaal overgeven aan al die sprookjes, wegdromen naar volstrekt ondenkbare oorden, irreële gebeurtenissen voor waar aannemen, geluk en voorspoed ervaren zonder het aan den lijve te ondervinden; was toch heerlijk.

En als ik nu iets hoor dat mij volstrekt ongeloofwaardig voorkomt, te dol is voor woorden, probeer ik te denken, ach, misschien leven ze wel lang en gelukkig.

 

Papieren zakdoekjes.

zakdoekjes

Ik haalde mijn neus op.

De substantie, waarvan ik hoopte dat deze niet op m’n bovenlip terecht zou komen, schoof gewillig achter mijn keel in en nadat ik het had doorgeslikt keek ik opgewekt naar de man die tegenover mij stond. Hij keek mij, dacht ik, meelijwekkend aan.                     Zou hij denken dat ik ’n ongemanierde domme gans was of zou hij denken, ach gossie wat sneu, uitgerekend nu, op dit moment?

Ik probeerde mijn opgewekte blik te continueren en zei: “Heeft u enig idee…………………” Op het zelfde moment zag ik ’n maagdelijk wit papieren zakdoekje op neushoogte voorbij fladderen. Intuïtief greep ik deze kans met beide handen aan en begon omstandig mijn neus te snuiten. Zonder succes. Ik had het immers al opgehaald en doorgeslikt? Godzijdank drong het net op tijd tot me door dat hij het niet terug hoefde en propte het zo goed als schone zakdoekje snel in m’n zak.

Hij had blauwe ogen. Beetje flets maar ze kwamen mij op de één of andere manier bekend voor. Dat lieve, zonder spot, uitsluitend en alleen belangstelling.               Enigszins uit m’n doen hierdoor vergat ik mijn vraag af te maken maar gelukkig nam hij het initiatief: “Misschien wel.”
“Huu……. o ja. Heeft u enig idee waar de plezierboten afvaren? De naam van de parkeerplaats heb ik gevonden dankzij Google Maps, maar nu!”                                           De man keek naar mij en ik wist het zeker; hij was lief!

“Weet je de naam van de rederij?” Gelukkig, hij tutoyeerde. “Já!” riep ik enthousiast, en zocht in m’n zak naar de uitnodiging voor ’n rondvaart op ’n luxe jacht inclusief buffet; geweldig, daar had ik mij wéken op verheugd!                                                                         Met de uitnodiging kwam ook het papieren zakdoekje mee en met die weer lieve lach gaf hij het mij terug, met in die ongelofelijk lieve ogen ’n blik die ik niet direct kon en wilde benoemen. Wat ik wel wilde was door de grond zakken.

Hoe komt het toch dat ik zo snel visueel en motorisch gehandicapt raak? Zodra mijn gedachten maar éven worden afgeleid door ‘iets leuks’, iets dat beklijft, ben ik mezelf niet meer, dat wil zeggen, niet voor de wenselijke honderd procent.

“Ik dacht”, begon ik wat onnozel, “u woont hier vast en u weet vast ook waar ik moet zijn.” Ik bleef u zeggen. Sukkel. Ik dus.                                                                                         “Ik woon hier niet”, antwoordde hij, “maar weet wat je bedoelt. Het is wat moeilijk te vinden (…..) als je van de parkeerplaats komt (…..) en er zijn meerdere rederijen met deze plezierjachten dus de naam is wel belangrijk.”

Waarom dacht ik nou dat hij woonde daar waar ik de weg kwijt was. Letterlijk en figuurlijk bleek later. Waarom schoot ik hem überhaupt aan!                                               Kon ik niet meer nadenken, verbanden leggen, beetje zoeken misschien?

We raakten aan de praat en ik vertelde hem enthousiast dat ik ’n uitnodiging had gekregen ’n verjaardag mee te vieren op ’n prachtige grote boot, lopend buffet en drankjes inbegrepen, en ja, dé gelegenheid weer ’n aantal oude bekenden te ontmoeten.   Hij hoefde niet eens te zeggen dat hij mee wilde, ik zag het.                                               Maar dat was uitgesloten.                                                                                                                 Ik wist dat er ’n aantal mensen waren afgevallen door het maximum aantal dat was toegestaan. Ik wist dat ik ongemak en gêne uit zou stralen als ik zou doen alsof het voor de hand lag dat ik niet alleen, maar samen met deze man kwam. Ik wist ook dat ik door de mand zou vallen als ze zouden vragen hoe hij heette, waar hij woonde en waar ik hem had ontmoet. Dat moest ik mezelf, maar zeker hem, niet aandoen.

Zijn teleurstelling was bijna ondragelijk. Waarom nam ik hem niet gewoon mee!         Deed ik niet gewoon of ik gek was. Waarom ging ik eigenlijk nog mee!                             Zo’n stom bootreisje, heen-en-dezelfde-route-weer-terug, met ’n buffet waarvan álles uit blik kwam en drankjes waarvan de oorsprong volstrekt onduidelijk was! Géén idee.     Net zo min als ik ’n idee had waar die rederijen zich bevonden. Ik had het beter kunnen wéten, of gewoon moeten zoeken! Was mij dit bespaard gebleven.                                         Ik heb niet achterom gekeken toen ik aan boord ging, noch toen we wegvoeren.

Het duurde lang. Langer dan mij lief was en van het uitzicht ben ik vergeten te genieten. Er werd eindeloos en oeverloos gedebatteerd, gegeten en gedronken, maar mijn dank richting de gastvrouw was oprecht. Het was weer eens wat anders, iets geheel anders. Weer in de haven vond ik de loopplank aanmerkelijk wiebeliger dan toen ik aan boord ging maar gelukkig werd ik halverwege al ondersteund.                                                         Hij kwam snel op mij aflopen, sloeg zijn arm om mijn middel en wat was ik hem dankbaar! Mijn tred was namelijk ook aanmérkelijk wiebeliger dan toen ik aan boord ging.

Hij had wat pinksterbloemen geplukt en ’n aantal verpakkingen papieren zakdoekjes in ’n cadeaupapiertje laten doen, inclusief strikje.                                                                         Zijn ogen waren helder blauw, twinkelden, en verraadden pret, liefde en belangstelling.

Die van mij ook. Ik weet het zeker.

Hoop ik………………

 

Eindejaarsgedachten.

Nog vier (4) nachtjes slapen en HET IS KERST!!!!

Ik kan daar blij van worden maar ook ’n tikkeltje mies. Hier heb ik verdorie zo goed als het hele jaar naar uitgekeken en nu het bijna zover is bekruipt mij toch iets ondefinieerbaars.

Ik heb wéér nauwelijks kerstversiering gekocht (en aangebracht), ik ben wéér vrijgesteld van ieder kerst-kook-klusje (v.w.b. het gezamenlijke kerstdiner) en last but not least; toen mijn krantenbezorger mij mooie feestdagen en ’n voorspoedig Nieuwjaar kwam wensen had ik geen duppie in huis, en ik ben ‘m echt heel dankbaar.

Bij ‘Binnenstebuiten’ (TV-progr.) komen allemaal schitterend versierde interieurs voorbij en hele blije mensen; er worden door Ramon en Sharon (chef-koks) de prachtigste dingen tevoorschijn getoverd en ik zit er bij en kijk er naar.
Hoe zou het volgend jaar met ons zijn?

Valt er dan nog wat te rennen? Of te fietsen? Naar het dorp en weer terug? Misschien schuifel ik wel naar ’t centrum, al dan niet met rollator, en heb ik inmiddels m’n fiets naar de kringloop gebracht. Nou?
Ik chargeer natuurlijk weer als ’n dronken kerstengel maar toch komen dit soort gedachten voorbij. Zou dat liggen aan de tijd van het jaar (het wordt hier-en-daar zelfs van je verwacht) en zijn die gedachten er niet als je tot ’s avonds elf uur buiten kunt zitten? Geen idee. Maar dat ik vind dat alles ’n beetje tussen m’n vingers doorloopt heb ik wel.

Ach, zal de leeftijd wel zijn. ’n Heerlijke ‘berg’ waar je heel veel op kunt gooien. Verder ben ik heel vrolijk hoor! Dat geloof je misschien niet, maar is echt waar!

Mijn zoon heeft gister ’n nieuwe tractor gekocht (degene die hij had was niet ‘sterk’ genoeg) en is materiaal aan het verzamelen voor ’n Pipo-wagen. Pipo de clown, Mamaloe en hun dochter (i.p.v. Petra), dat moet het ongeveer worden. Geweldig! Je kunt aan de Lek seizoensplekjes huren en daar willen ze die ‘woonwagen’ dan neerzetten en er zo vaak mogelijk naar toe. Varen en zwemmen. De tractor is al Nononono gedoopt alleen hoopt mijn zoon dat ‘ie dat niet al te serieus neemt en gewoon start als mijn zoon dat wil. En als zij er niet zijn mag ik er ongelimiteerd gebruik van maken, van die woonwagen, dus wie weet.

Heb ik al verteld dat het helemaal goed is gekomen met mijn krantenbezorger!? Ik vroeg dus of hij nog in de buurt kwam maar hij wist niet precies wanneer en ja, ik wist ook niet precies wanneer ik er zou zijn. Zo grappig; we hebben ter plekke bedacht het ergens te verstoppen zodat ik er niet voor thuis hoefde blijven en hij niet voor ’n dichte deur kwam. En het heeft gewerkt! Ik heb inmiddels gezien dat het weg is en ik vond dat zo mogelijk nóg leuker. Ik ben naar de flappentap gegaan, heb ’n kaartje (met al die mooie eindejaarswensen) dat ik had gekregen ’n beetje ‘bij’geknipt, geld er in gedaan en het ‘verstopt’.

Wat kun je blij worden van iets volstrekt onnozels!!

En vanmorgen werd er gebeld, twee prachtige meisjes met de plaatselijke krant én ’n kaartje met ’n leuk wensje uiteraard. Toen ik zei dat ik ’n Nee-Nee sticker op de brievenbus had schrokken ze zichtbaar en dat vond ik zó schattig dat ik ze (uiteraard) toch wat gegeven heb. Die koppies………….

Meneer AH (we wonen er boven) liet twee verkoopstertjes, net als verleden jaar, met ’n plastic (!!!) AH-zak de bewoners bij langsgaan en dit jaar kregen we ’n kerstroos en ’n doosje melkchocolaatjes.
(Ik dacht dat de crisis voorij was…..)
Ik vind kerstrozen vreselijk (hij staat ook in de gemeenschappelijke hal) en ik houd ook niet van melkchocola maar daar kan meneer AH natuurlijk niks aan doen.

Máár…..  Reden genoeg om vrolijk te zijn! En het voorlopig te blijven. Mijn beginnetje was meer vervelend dan waar, maar toch, heel af en toe komt het voorbij.

Heb jij dat ook? Van die eindejaarsgedachten? Ik hoop het wel. Ik wil toch wel zoveel mogelijk doen wat anderen (van om-en-nabij mijn leeftijd) ook doen. We gaan het niet hebben over al het naars dat er gebeurt in de wereld want eerst al kunnen we er niets aan veranderen, helemaal niets, maar ik weiger ook mezelf uit m’n slaap te houden! (Sprak zij ferm.) En dat moet jij ook doen! De langste tijd hebben we gehad en dat laatste stuk gaan we vrolijk doorbrengen.

Hele gezellige, warme dagen gewenst!

Voor jou en alles dat je lief is.

En voor volgend jaar….

ÁLLE GELUK!

Op elk gebied.

J♥N.

Zomer & Sport.

Eerst al ben ik geen zomer-mens. Voorjaar oké (herfst en winter favoriet) maar die bloed-verdunnende stik-benauwde zompig-drukkende zomer kan mij gestolen worden.

Dat denk ik ook ja, dat mijn verre voorouders uit Groen- of IJs-land kwamen.
Mijn vakanties in Noorwegen, Ier- en Schot-land waren ook de mooiste, maar in Griekenland dacht ik dat ik doodging. Of zoiets.
Maar oké, ik weet het inmiddels, stel mij er op in en zit mijn tijd uit.

Maar dan die SPORT-zomer………..
Als het ’n beetje ‘mee’-zit kun je de hele zomer op de drie reguliere TV-zenders naar sport kijken, op één van de drie zelfs van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.

Het begint met het EK, oftewel de grote Europese voetbal-ellende;
hysterisch schreeuwende verslaggevers, dronken supporters en eindeloze nabeschouwingen.
(Of zoals Maarten van Rossem het (03072016) weer zo treffend op zijn scheurkalender duidde: “Voetbal is onbetwist nummer een. Deze sport woekert als een agressieve schimmel over en door alle denkbare programma’s.”)
Vervolgens de Tour de France;
gekleurde truien, truien met balletjes, afschuwelijke valpartijen, mechanische doping en onbegrijpelijk wielerjargon.
Godzijdank is Mart Smeets passé.
And last but not least: de olympische spelen;
van 5 t/m 21 augustus, in het snikhete dubieuze Brazilië.
Doping of geen doping; that’s the question. Gedonder met de Russen maar who’s next!

Klopt. Ik kan mij er voor afsluiten en doe dat ook met overgave.
Maar wat blijft is de vraag: “Waarom in vredesnaam geen SPORT-zender!”
Één zender met 24/7 SPORT; hoera!!!!!
Overal is ’n zender voor: Muziek, Kinderen, Politiek, Geldzaken, bedenk het maar.
Is er voor sport te weinig belangstelling?
PARDÓN…….

Is er aan 17 miljoen mensen in dit bejubelde democratische land gevraagd of ze an masse naar voetbal, tennis, fietsen, schaatsen, zwemmen, en wat er zoal nog meer aan edele sporten wordt uitgezonden, willen kijken?
Dacht ’t niet.
Ik ben er dan ook van overtuigd dat als er wél naar gevraagd zou worden, we wél in de gelegenheid gesteld zouden worden te kiezen voor sport of ‘normale’ uitzendingen;  de HH TV-programmeurs zich flink en langdurig achter de oren zouden krabben.

‘Bezit uw ziel in lijdzaamheid’ heet dat geloof ik.
Ik ga m’n best doen.

Ik haat sporten T-shirt

Je laten ‘zien’.

Social Media

Wat is dat toch, dat je de wereld meent kond te moeten doen van jouw belevenissen. Jouw pijntjes en verdrietjes, jouw geluksmomenten en jouw ontdekkingen. Jouw kennis en jouw vaardigheden. Het schuurt aan tegen exhibitionisme: “Het plezier beleven aan het zich laten zien.”

“Dit is in eerste instantie een normale behoefte van de mens. In de zelfpsychologie wordt erop gewezen dat geslaagd exhibitionisme leidt tot zekerheid en welbevinden.”

Laten we het daar maar op houden, dat klinkt intelligent en je hoeft je er niet vervelend bij te voelen. Sterker nog, me ’n beetje welbevinden, én wat meer zeker van mezelf, is mooi meegenomen al moet ik bekennen dat dat gevoel mij nog nooit is overvallen in al die jaren dat ik weblog’s (in div. soorten en maten) bijhoud. Maar wie weet………….. onbewust.

Vrij recent had ik ’n periode dat met name FB mij tegenstond. Als ik mijn krant lees kan mij hetzelfde overvallen. Ik kan pagina na pagina omslaan en denken: “Wil ik dat weten? Interesseert mij dat? Word ik hier ’n blijer, gelukkiger mens van?” Nee dus. Ómslaan. Volgende pagina…..

Iets dergelijks dus overkomt mij bij het lezen van de meeste posts bij FB. Scrollen….. scrollen……… Account opzeggen dan maar?

En daar deed ik ’n ontdekking. Ik heb echt op het punt gestaan maar het gelukkig niet gedaan. Het idee dat ik niets meer kon lezen van mijn vrienden (al dan niet tussen aanhalingstekens), dat ik nergens meer van op de hoogte zou zijn, nooit meer zou kunnen lezen wat iedereen meemaakt, waar is geweest, hoe ze zich voelen………….

IK WIL ER NIET AAN DENKEN!!!!

Ook niet aan het zélf nooit meer leeg kunnen lopen. Dan maar ’n exhibitionist, het zij zo. Dan maar stuitend mededeelzaam, so be it.

Dat eerder genoemde dipje had alles met mij te maken en weinig tot niets met FB bedacht ik mij later en gelukkig is mijn account er nog en kan ik redeloos, radeloos mededelen. Oeverloos ongenuanceerd leeglopen.

HEERLIJK!!!!

Tot later. Tot gauw. Waar dan ook.

love myself

Rode laarsjes.

rode laarsjes

Ik wist het zeker; ik zag twee kleine rode laarsjes, net onder water, aan de rand van de vijver.

’n Handvol nare gedachten sloot ik dapper uit, maar ondanks dat moest ik mijzelf aansporen  op onderzoek uit te gaan.

Na wat voorzichtig heen-en-weer bewegen en ’n beetje trekken ontdekte ik tot mijn verbazing dat in de laarsjes beentjes staken en dat die beentjes toebehoorden aan ’n klein, eveneens ontdaan, manneke.

“Poeh!” riep het manneke toen hij vaste grond onder zijn laarsjes voelde. Hij haalde diep adem, frunnikte wat kroos uit zijn baard en zei: “Dat was op het nippertje! ’n Scherpe rietstengel heeft zich door mijn kieltje geboord en het scheelde niet veel of ik was door tekort aan adem naar de eeuwige kabouterjachtvelden vertrokken. Dank voor uw moedig ingrijpen.”

Ik moet zéér onnozel hebben gekeken want het manneke zei snel: “Maak u geen zorgen, alles is goed gekomen en ik ga u als dank iets aanbieden. Ik ben ’n wens-kabouter moet u weten en ik ga u als beloning ’n wens aanbieden. Wens wat u wilt, ik ga m’n uiterste best doen.”

“Pardon” probeerde ik, “als je dan ’n wens-kabouter bent, waarom wenste je dan niet dat je op tijd weer bovenkwam!?”

“Daar wringt ‘m ook de kabouterlaars”, antwoordde het manneke, “wij mogen geen wensen voor onszelf uitspreken. Alleen wensen van andere mensen, én dieren. Met rietstengels kan ik niks.”

“Op zo’n fiets” bromde ik, “en ík mag nu ’n wens doen?”

“Dat mag u”, antwoordde het manneke, “en ik verzeker u dat u het hebt verdiend.”

Ik dacht diep na. Zo’n kans krijg je geen tweede keer, ik moest het niet verknallen.

“Ik weet het!” riep ik. “Ik ben als de dóód om te vliegen, met geen honderd man krijgen ze mij ’n vliegtuig in en ja, zeer goede vrienden van mij zijn naar Amerika vertrokken dus mijn wens zou zijn ’n brug van Europa naar Amerika.”

“Bent u wel goed bij uw hoofd!!” riep het manneke. “Denk nou eens ná man! Dat kan toch helemaal niet! Bouwtechnisch volstrekt onmogelijk” en hij sloeg wanhopig zijn ogen ten hemel; zoveel onnozelheid was hij nog niet eerder tegengekomen.

“Ik ben wel goed maar niet gek hoor” riep hij nog eens. “Waarom veranderen mensen, maar zeker mannen, toch in hersenloze hebberige wezens zodra ze horen dat ze ’n wens mogen doen. Ónbegrijpelijk! En maar roepen dat ze, in tegenstelling tot kabouters, logisch na kunnen denken.”

Ik had spijt van mijn wens. Jémig, wat had ik ’n spijt. Zo’n grappig aardig manneke, en ik had het in de eerste minuten al verknald.

“Sorry hoor!” riep ik strak van het besef dat ik iets had gedaan wat ik beter niet had kunnen doen en berouwvol zei ik: “Vergeet het alsjeblieft. Ik ben ’n sukkel en had beter na moeten denken. ’n Herkansing kan ik vergeten zeker?”

Het manneke leek eerder vertwijfeld dan opgelucht maar hij zei: “Oké, uiteindelijk heb ik m’n leven aan u te danken en thuis zijn ze ook blij dat ik nog leef, denk ik, dus ik haal m’n hand over m’n hart. Bedenk maar wat anders.”

Snel antwoordde ik: “Doe maar ’n prachtige, gretige, vrouw.  Jong, iets kleiner dan ik, mooi lang blond haar….. en intelligent. Kan dat?”

Het manneke hief zijn armpjes ten hemel, kreunde zachtjes, en liet zijn armpjes in ’n moedeloos gebaar weer langs zijn nog natte lijfje zakken.

Hij keek me aan, grote ogen vol ongeloof en zei: “Moeten er ook lampjes op die brug?”